Wie kan ik nog vertrouwen?

Bert Stap

Ik hoop dat u hierop niet antwoordt met ‘niemand!’. Dat zou namelijk betekenen dat u het vertrouwen in mensen bent verloren. Dat zou bijzonder jammer zijn. Misschien bent u het vertrouwen in mensen verloren omdat u in het verleden teleurgesteld bent geweest. Misschien ook door mensen in uw nabijheid en is uw vertrouwen in mensen daardoor beschadigd. Ik hoop voor u dat andere ervaringen u voldoende tegenwicht geven om nog steeds vertrouwen in anderen te kunnen hebben. Het volmondig beantwoorden met niemand zou alleen maar grote eenzaamheid betekenen. U zult begrijpen dat het niet de bedoeling van deze column kan zijn om over allerlei intermenselijke verhoudingen te gaan filosoferen. Daar ben ik ook niet echt voor in de wieg gelegd, om het maar eens zo te zeggen. Laten we het daarom ook deze keer maar puur zakelijk houden. Al lezende zult u begrijpen waarom ik deze column zo begonnen ben. Om het onderwerp meer in de richting van mijn deskundigheid te trekken, is het gepast om de vraag waarop we in deze column een antwoord zoeken, beter te formuleren als ‘zijn er nog machinebouwers die te vertrouwen zijn’?

Misschien leest u dit en bent u door deze vraag in uw wiek geschoten, ernstig gekwetst, bijzonder boos of op uw tenen getrapt en wilt u niet verder lezen. Want u bent een machinebouwer of misschien werkzaam bij een machinebouwer en probeert naar eer en geweten te handelen. Dan gaat een column met deze vraag of u nog wel te vertrouwen bent u veel en veel te ver. Nu wil ik het absoluut niet op de persoon spelen, maar hoop ik dat u toch zo getriggerd of geïrriteerd bent door deze vraagstelling, dat u bereid bent om deze column verder te lezen. Mijn vraag is namelijk gebaseerd op recentelijke praktijkervaringen.

Een tijdje geleden deed een technisch directeur van een groot productiebedrijf de uitspraak dat machinebouwers in principe onbetrouwbaar zijn. Hij doelde hiermee op het feit dat zij ondertussen de ervaring hebben opgedaan dat machinebouwers veel beloven maar vaak weinig van de beloftes nakomen. Dat het daarom steeds noodzakelijker is geworden om binnen dit bedrijf het aspect veiligheid zowel in de Factory Acceptance Test (FAT) als in de Site Acceptance Test (SAT) mee te nemen. Laat deze uitspraak nu precies aansluiten bij de verzuchting van een productiemanager van een ander groot productiebedrijf. Hij kwam, na langdurig en intensief overleg met een buitenlandse leverancier over allerlei technische en veiligheid technische gebreken aan de door hen geleverde productielijn, tot de conclusie dat hij bij aankoop van een volgende machine het totaal anders moest gaan regelen.

Uitspraken en verzuchtingen die uitspraken, die ik eerder in deze columns gedaan heb, alleen maar meer en meer onderstrepen. Ook nu zou ik weer kunnen roepen dat het jammer is en dat er allerlei redenen kunnen zijn waarom het zo is. In eerdere columns en artikelen in dit blad gaf ik al aan dat de onbekendheid bij zowel productiebedrijven als machinebouwers met de veiligheid regelgeving de oorzaak is van het op de markt komen en het in bedrijf zijn van machines die veiligheid technisch niet voldoen aan de regelgeving. Ik heb ook eerder aangegeven dat het niet opgeleid worden van jonge technici op het gebied van machineveiligheid, de vergrijzing van de technici die er nog wel iets van afweten en de steeds groter wordende hoeveelheid regelgeving daaraan mede debet zijn.

Deze keer wil ik er nog één oorzaak aan toe voegen. Misschien niet zo voor de hand liggend, maar is zeker bij grotere projecten een medeoorzaak. Namelijk het feit dat soms bedrijven die totaal geen kaas gegeten hebben van machineveiligheid daarvoor contractueel wel verantwoordelijk worden gesteld. Het is een veel voorkomende werkwijze dat grote erkende consultancy bureaus bij de bouw van een nieuwe fabriek de neiging hebben om de eindverantwoording voor de veiligheid van alles (gebouw, installaties en machines) bij de hoofdaannemer (main contractor) neer te leggen. Complete handboeken worden samengesteld met daarin een zeer uitgebreid pakket aan eisen. Op zich een goede zaak, want over wat van te voren bekend is kan later geen discussie ontstaan. De hoofdaannemer (vaak een groot bouwbedrijf) wordt in dit handboek naast het verantwoordelijk zijn voor het feit dat de bouw moet voldoen aan allerlei bouwtechnische regels ook verantwoordelijk gesteld voor de veiligheid van de installatie en machines die in het gebouw opgesteld worden. Van de hoofdaannemer, die het project uiteindelijk mag uitvoeren, wordt dan verwacht dat hij zijn zaakjes met de eventuele onderaannemers goed regelt. In het handboek staat exact aangegeven welke verklaringen en documenten hij uiteindelijk bij de oplevering moet kunnen overleggen. Jammer genoeg is te voorspellen dat de meeste grote aannemers geen of bijna geen verstand hebben van de Europese machineveiligheid regelgeving. Zoals al aangegeven wordt er in het projecthandboek heel veel beschreven over aansprakelijkheden, documenten en verklaringen die afgegeven moeten worden. Echter de technische veiligheid van de machine, de betrouwbaarheid van veiligheden en veiligheidssystemen worden niet genoemd en zijn daarmee een ondergeschoven kindje. Regelmatig moet de hoofdaannemer er maar op vertrouwen dat de onderaannemers allemaal hun verantwoordelijkheid zullen nemen. Natuurlijk komt alles op papier dik in orde. Maar uiteindelijk moet men concluderen dat het belang van de opdrachtgever hiermee absoluut niet gediend wordt. Zijn belang was en is toch het verkrijgen van een veilige machine en niet allerlei papieren dat procedures en protocollen netjes doorlopen zijn. Window dressing noemen de Amerikanen dit. Op papier alles in orde maar technisch een groot vraagteken. Hierbij komt nog het feit dat de hoofdaannemer in deze economisch slechte tijden alleen maar blij is dat hij weer een grote opdracht heeft kunnen verwerven. Veel tijd en aandacht zal dan zeker niet besteed gaan worden aan de veiligheid van de machines. Het verkrijgen van voldoende documenten voorkomt in de praktijk geen ongevallen. Het enige wat hiermee bereikt wordt, is dat iedereen probeert zich op papier goed in te dekken.

Enige tijd geleden hebben wij als bureau een safety middag georganiseerd rond het thema ‘Aanschaf van veilige machines’ waarbij we een gemêleerd publiek van productiebedrijven en machinebouwers hadden. Deze safety middag was volgens de deelnemers een succes en gaf aan alle partijen heel veel duidelijkheid. Sommige machinebouwers gaven ruiterlijk toe dat ook zij die middag veel geleerd hadden over wat hun plichten waren, maar dat ze ook geleerd hadden dat zij op grond van de wetgeving ook feller richting hun eigen leveranciers moesten gaan worden. Opeens was het hun duidelijk geworden dat zij richting hun koper allerlei plichten hadden maar ook dat zij als koper van delen van een machine ook allerlei rechten hadden. Op deze middag hebben we ook een ESV inkoop en controle checklist gelanceerd, die gebruikt kan worden als een specificatielijst bij aankoop van machines (duidelijkheid vooraf) en als een controle checklist bij de levering van de machine om de leverancier te controleren (controle achteraf). Deze ESV checklist is op onze website vrij te downloaden. De checklist is beschikbaar in twee versies. Eén met en één zonder uitgebreide toelichting.

Aan het einde van de safety middag hebben we met elkaar geconcludeerd dat er inderdaad wel iets schort aan de kennis van machineveiligheid bij zowel kopers als verkopers. Ook dat dit niet altijd bewust gebeurt, maar juist omdat men door het ontbreken van de juiste kennis van de huidige regelgeving handelt zoals men handelt.

Een goede relatie met uw machineleverancier is altijd prettig maar ook van belang om samen tot de machine te komen die aan uw wensen zal voldoen. Maar als u een machine laat bouwen dan doet u toch ook allerlei testen (performance testen) of de machine wel gebouwd is volgens de technische specificaties, die van te voren zijn vastgelegd. Mijn advies is dan ook om die controle van de machine uit te breiden met een veiligheidscheck (gebruik de ESV checklist). Maak daarom bij aankoop van een machine goede afspraken dat de machine veiligheid technisch aan alle van toepassing zijnde Europese richtlijnen en normen moet voldoen. Leg ook contractueel vast dat een veiligheid technische controle onderdeel zal zijn van de afname. Laat het onderdeel zijn van de FAT en de SAT. Leg daarbij ook vast dat alle veiligheid technische tekortkomingen door de fabrikant opgelost moeten worden. Ga werken met de eerder genoemde standaard checklist voor aankoop en controle van machines. Deze checklist kan bij aankoop al ingevuld worden en aan de leverancier verstrekt worden. Hiermee ligt voor u en ook voor hem vanaf het begin vast op welke punten hij gecontroleerd zal worden. Het onderkennen van veiligheid technische risico’s is in de meeste gevallen redelijk eenvoudig. Misschien heeft u niet veel kaas gegeten van machineveiligheid maar laat dan bij de controle uw ‘boerenverstand’ spreken. Ik heb altijd beweerd dat ongeveer 70% van de gevaren van de machine door iedereen, zonder enige veiligheid technische voorkennis, onderkend kan worden. Het gaat hierbij meestal om duidelijke intrek-, snij-, knel- of beknellingsgevaren. Soms ontbreken er adequate afschermingen of zijn er ondanks de afschermingen nog draaiende delen bereikbaar. Soms zijn afstanden achter lichtschermen zo klein dat u eenvoudig kunt aanvoelen dat de machine nooit op tijd zal afschakelen als het lichtscherm wordt bekrachtigd. Zorg ervoor dat u voor de meer speciale veiligheidsaspecten kunt beschikken over enige machineveiligheid technische ondersteuning, hetzij van een interne technische medewerker of van een externe consulent. Die speciale risico’s hebben vaak te maken met een onjuist veiligheids- en noodstopcircuit. Voor het beoordelen van zo’n circuit is meer kennis van zaken nodig. Een veiligheid technische audit zal u qua kosten waarschijnlijk meevallen. Controle kan voorkomen dat u achteraf geconfronteerd wordt met een arbeidsongeval en door de inspectie SZW aangesproken wordt op het feit dat u een onveilige machine aan uw personeel ter beschikking heeft gesteld.

Jozef Visarionovitsj Stalin, niet dat zijn regime en hoe hij regeerde mij nu aanspreekt, had een prachtige uitdrukking die precies aangeeft wat ik in deze column probeer duidelijk te maken. Van hem was de bekende uitdrukking ‘vertrouwen is goed maar controle is beter’.

Tekst: Bert Stap

 
Dossiers