Veilig werken? Doe ik toch!

Bert Stap

Als je met mensen in het bedrijfsleven praat over veiligheid op het werk, dan zal iedereen beamen dat veilig werken absoluut noodzakelijk is. Als je dan aan hen vraagt of zij zelf altijd veilig hun werk doen, dan klinkt er in eerste instantie een absoluut: ‘ja’. Want natuurlijk geef je niet toe dat ook jij wel eens geluk hebt gehad en goed bent weggekomen in een onveilige situatie. Maar even doorpraten en doorvragen levert meestal de conclusie op dat men bepaalde werkzaamheden soms op een onveilige manier uitvoert. Als je dan, vanuit je expertise, aangeeft dat je hun veilig werken toch in twijfel trekt, dan krijg je te horen: ja, maar het kan toch niet anders!

Vaak wordt dit statement dan met een groot uitroepteken (!!!) benadrukt. Maar is het ‘kan toch niet anders’ wel de werkelijkheid? Kunnen werkzaamheden soms toch niet veiliger worden uitgevoerd ? De praktijk leert dat veel werkzaamheden toch wel anders, dus ook veiliger, uitgevoerd kunnen worden. Door gewenning en routine heeft men zich een bepaalde manier van werken aangeleerd. Vaak een manier die men prettig vindt en waarbij dan niet zo zeer aan veiligheid wordt gedacht. Die manier van werken wordt dan bestempeld als de enige juiste manier. Aanpassingen aan werk of veiligheidsaanpassingen aan een machine worden in eerste instantie meestal als onprettig ervaren. Toch blijkt na verloop van tijd dat men de nieuwe veilige manier van werken kan waarderen.

Als we het veilig werken buiten de professionele sfeer halen en de focus richten op het werken thuis, dan blijken er opeens veel meer situaties te zijn waar men onveilig werkt. Soms gaat men als hobbyist aan het werk met gehuurde professionele machines waarmee men nog nooit gewerkt heeft. Uitleg van het verhuurbedrijf krijgt men amper. Dat het werken met zo’n machine dan niet correct en onveilig gedaan wordt is voorspelbaar. Of men gaat aan het werk op een plat dak, met een valhoogte van meer dan 3 meter, zonder na te denken over eventuele veiligheidsvoorzieningen. Zo kunnen we zeker thuis veel meer situaties bedenken van ‘net niet’ of ‘helemaal niet’ veilig werken. Misschien is het provisorisch sleutelen onder een opgekrikte auto wel het beste voorbeeld waar in het verleden ook (dodelijke) ongevallen mee gebeurd zijn. Natuurlijk moet men zich thuis redden met de middelen die men heeft en het even zelf doen is veel goedkoper dan het door een professional te laten doen. Veiligheid staat dan meestal op het tweede plan.

In de loop der jaren is de visie op veiligheid, door een voortschrijdend inzicht, veranderd. Als voorbeeld wil ik aangeven de manier waarop er in de 50 tot 80 jaren van de vorige eeuw getild werd. Medewerkers in bedrijven moesten vaak zware lasten tillen. Soms wel meer dan 50 kg. Later is er, naar aanleiding van steeds meer rugklachten, meer onderzoek gekomen naar de gevolgen van te zwaar tillen. Dit heeft uiteindelijk geresulteerd in het feit dat tegenwoordig het tilgewicht beperkt is tot maximaal 23 kg. Waarbij dan ook aangegeven wordt dat bij regelmatig terugkerende tilwerkzaamheden tilhulpen ingeschakeld moeten worden. Via een NIOSH index (National Institute for Occupational Safety and Health index) kan bepaald worden welk gewicht nog verantwoord is om te tillen. Met deze rekenmethode, waarbij rekening gehouden wordt met de afmetingen van het object, de reikwijdte van de armen, de pakhoogte en tilhoogte en de tilfrequentie, kan berekend worden wat men maximaal mag tillen.

Over het maximale tilgewicht kunnen we van alles zeggen. Bijvoorbeeld dat het eigenlijk onzin is dat dit wettelijk geregeld is. Betutteling van de overheid ten top! Het merendeel van de mannen is toch best in staat om meer te tillen dan 23 kg en zo niet, dan moet hij maar meer gaan trainen. Maar is die wettelijke regel overbodig? In 2010 gaf bij een onderzoek nog 1 op de 5 medewerkers aan regelmatig te zwaar te moeten tillen. Vooral in de bouw, agrarische industrie en de verzorgende sectoren wordt er nog regelmatig te zwaar getild. Dus zo overbodig is de regelgeving op dit gebied nu ook weer niet.

Een ander voorbeeld dat we kunnen noemen is het veilig werken met machines. Sommige mensen denken dat beveiligingen op machines er alleen maar opgezet zijn om hen te pesten. De veiligheidskundige of safety engineer, die de veiligheden bedacht heeft, had volgens hen alleen maar in gedachte hoe hij de werkomstandigheden van de operator zo onplezierig mogelijk kon maken. Plus dat hij, als hij regelmatig gebiedsafschermingen toepast, te vaak in Artis geweest is. In de praktijk blijkt dat je bij het beveiligen van een machine of productielijn vaak aanloopt tegen het feit dat men niet meer zo kan werken zoals men eerder gewend was om te doen. Dit is dan ook direct, volgens de betrokkenen, het meest vervelende aspect van de veiligheden. Maar als je met de operators in gesprek gaat over de veiligheid, en dan vooral hun persoonlijke veiligheid, dan blijken ze er opeens toch anders over te denken. Sommigen gaan dan soms zelfs zover dat ze je helpen om onveilige situaties te gaan ontdekken, om daarna ook nog mee te denken over mogelijke veiligheidsoplossingen. Het zou fijn zijn als we in de praktijk meer van dit soort operators zouden tegenkomen.

Ik breng regelmatig naar voren dat, volgens mij, er niemand is die zich bewust in een onveilige situatie brengt en dat de meeste arbeidsongevallen ontstaan na een goedbedoelde actie. Bijvoorbeeld even snel in de draaiende machine grijpen om een storing en daarmee stilstand van de machine te voorkomen. Of een onveilige manier van werken overnemen, die men anderen ook heeft zien doen. Hierbij wordt dan niet nagedacht over de veiligheid.

Even een praktijkvoorbeeld van een goed bedoelde, onveilige actie die vooral gebaseerd is op het feit dat anderen het ook zo deden. Op 17 mei 2011 was er een ernstig ongeval bij een vleeswarenfabriek. Hier was een technische ruimte op 130 cm boven een kookketel gepositioneerd. De toegang van de technische ruimte was een luik in de muur naast de kookketel. De tussenruimte tussen de ketel en de muur was 20 cm. In de kookketel bevonden zich vlees en vleesbouillon met een temperatuur van ongeveer 90°C. De kookeenheid, met randen van circa 10 cm breed, was afgedekt met losliggende platen. Deze platen rustten op de randen van de kookeenheid. Een medewerker is op de rand van de kookeenheid gaan staan en is vervolgens over die rand naar de achterzijde van de kookeenheid gelopen. Daarna heeft hij het luik geopend en is in de technische ruimte gekropen. Na zijn werkzaamheden gedaan te hebben, heeft hij zich uit het luik op de kookeenheid laten zakken. Hij heeft, staand op de kookeenheid, geprobeerd om met twee handen het luik terug te plaatsen. Vervolgens is de afdekplaat gaan schuiven en is de medewerker met de plaat en al in de kookeenheid gegleden. Collega’s hebben de medewerker uit de kookeenheid getrokken en hem in de productieruimte gekoeld met water. De medewerker heeft ernstige brandwonden aan zijn onderlichaam tot aan de liesstreek en aan zijn onderarmen en handen opgelopen. Het gerechtshof in ’s-Hertogenbosch oordeelde uiteindelijk dat de vleeswarenfabriek niet aan zijn zorgplicht voldaan had (Artikel 16 lid 10 van de Arbowet en Artikel 4.6 lid 1 van het Arbobesluit) en dat er geen sprake was van roekeloosheid van de medewerker. Ook omdat vastgesteld werd dat door andere werknemers en externe monteurs (in geval van een storing) vaker op de bewuste kookeenheid met losse afdekplaten werd geklommen om via het luik in de technische ruimte te komen. Hier kunnen we dus spreken van een goedbedoelde actie met levenslange gevolgen.

Regelmatig lezen we berichten over dit soort ongevallen. Natuurlijk reageren de meeste mensen op dit soort berichten met ‘niet zo handig, had hij niet moeten doen!’. Waarbij we dan ook vinden dat de betreffende werknemer ook zijn eigen gezonde verstand had moeten gebruiken. Want een werkgever kan toch niet alles voorkomen en zeker niet dit soort acties. Toch moet ik stellen dat ik mij absoluut kan vinden in de uitspraak van de rechter dat de werkgever al eerder had moeten signaleren dat er sprake was van een onveilige situatie, die aangepakt had moeten worden. Niet voor niets worden er Risico Inventarisatie & Evaluaties (RI&E) en risicoanalyses van machines gemaakt. Tijdens zo’n RI&E of risicoanalyse had deze situatie geconstateerd kunnen en moeten worden.

De, hiervoor vermelde, voorbeelden zijn voor mij de reden om te pleiten voor meer aandacht voor veilig werken. Regelmatig kom ik in de praktijk tegen dat onderhoudswerkzaamheden of het zoeken van storingen uitgevoerd wordt aan een niet beveiligde machine of productielijn. Of kom ik medewerkers tegen die binnen gebiedsafschermingen gaan staan of op een draaiende machine klimmen omdat ze dan beter kunnen zien waar het niet goed gaat. Dit natuurlijk omdat ze het van buitenaf minder goed kunnen zien. Als we alle meldingen van arbeidsongevallen volgen, dan is er zeker een grond voor een oproep om veiliger te gaan werken. Regelmatig wordt er melding gemaakt dat medewerkers in een machine bekneld raken. Hierbij is natuurlijk de vraag of de machine onvoldoende beveiligd is of dat men handelingen gedaan heeft die absoluut niet mogen. Het eerste is een technische kwestie terwijl het tweede vooral met gedrag te maken heeft.

Daarom vind ik het belangrijk dat er gewerkt wordt aan een stuk bewustwording om veilig te werken en dat medewerkers getraind moeten worden in wat men wel en niet mag doen. Hierbij kan een training veilig werken helpen.

Natuurlijk ben ik voldoende realist om te beseffen dat we daarmee absoluut niet alle arbeidsongevallen de wereld uit zullen helpen en dat, nadat zo’n training gegeven is, er binnen alle bedrijven opeens super veilig gewerkt zal gaan worden. Zero bedrijfsongevallen is en zal een utopie blijven. Het spreekwoord zegt niet voor niets: ‘waar gehakt wordt vallen spaanders’. Maar al zouden we het aantal bedrijfsongevallen met de helft kunnen reduceren dan is dat al winst. Als we niets doen zal er ook niets veranderen. Ermee aan de slag gaan kan resultaat opleveren. Laat het niet zo zijn dat de medewerkers gaan zeggen: Werken is ongezond, want 100% van de arbeidsongevallen vinden plaats tijdens het werk!

Bert Stap