Mensenwerk

shutterstock mensenwerk

Als robots al onze banen pikken, waarom doen ze ons werk dan niet?

Het moderne kapitalisme heeft nog nooit zoiets gezien als SARS-CoV-2. In een paar maanden tijd heeft het virus zich over de hele wereld verspreid en elke economie op zijn pad aan banden gelegd. Want met het collectief thuisblijven van een groot deel van de wereldbevolking kelderen niet alleen de consumentenbestedingen, ook zijn er heel veel mensen die door thuiszitten hun beroep niet kunnen uitoefenen.

De huidige economische catastrofe bewijst dat het stelen van banen door robots en AI een mythe is. Er zou sprake zijn van een nieuwe automati­seringsgolf, mogelijk gemaakt door slimmere AI en meer geavanceerde robottechnologie. Door diverse partijen is een robottax en een basisinkomen voorgesteld om het verdwijnen van de mens op de arbeidsmarkt te faciliteren. De realiteit is echter dat onze economie niet zonder menselijke arbeiders kan. Machines zijn immers nog lang niet intelligent, creatief en behendig genoeg om de werkende mens te vervangen. Een deel van de werkzaamheden automatiseren lukt. Maar zonder menselijke bemoeienis komt er niks van de grond. De overstap van typemachines naar tekstverwerkers heeft de werknemers efficiënter gemaakt. En steeds verfijndere en gevoeligere robotarmen kunnen nu zij aan zij met mensen aan assemblagelijnen werken. De robot als krachtpatser met een onophoudelijk grote herhaalnauwkeurigheid. De fijngevoelige mens voor de complexe projecten en flexibiliteit.

Robots zijn niet erg slim

“Robots kunnen zeer succesvol menselijke activiteiten vergroten”, zegt Julie Carpenter, een robot onderzoeker bij de Ethics and Emerging Sciences Group van Cal Poly San Luis Obispo. “Ze kunnen het werk doen dat we niet willen of kunnen doen, en zijn vooral succesvol in het uitvoeren van taken die we als repetitief, saai of gevaarlijk beschouwen”, zoals bijvoorbeeld het optillen van autodeuren aan een lopende band. Maar ze zijn niet erg slim, vooral niet als het gaat om het oplossen van problemen. Denk eens na over hoe je een stuk papier zou oppakken dat plat op een tafel ligt. Je kunt het niet vastpakken zoals een appel - je moet het ofwel knijpen om het van het oppervlak te tillen, ofwel slepen om het over de rand van de tafel te laten hangen. Als kind leer je dat met vallen en opstaan, terwijl je een robot zou moeten programmeren met expliciete instructies om hetzelfde te doen.

Fascinerend

Tijdens de pandemie is dit contrast tussen mens en machine bijzonder fascinerend geworden in de magazijnen van Amazon. Vorige week kondigden Amazone-ambtenaren aan dat ze naar aanleiding van het coronavirus 100.000 extra mensen inhuurden om in hun logistieke centra en als bezorgers te werken, wat aantoont dat zelfs dit machtige technische ­bedrijf niet zonder mensen kan. Maar het automatiseert ook delen van het werk. In een magazijn in de buurt van de luchthaven van Denver heeft het bedrijf robots ingezet die pakketten tussen de menselijke arbeiders vervoeren, terwijl ze de fijne manipulatie van objecten aan de mensen overlaten. De automatiseringstechniek van Amazon wordt hier alleen maar beter. Maar de vraag naar producten zal ook blijven stijgen, zoals we zien bij deze huurbonanza. Dean Baker, senior econoom bij het Center for Economic and Policy Research en gastprofessor aan de Universiteit van Utah: “Hun behoefte aan menselijke arbeid kan door de tijd heen ­afnemen, maar voorlopig is de groei van de vraag naar hun producten groter dan de winst die de automatisering oplevert."

Amazon1

De Herculus robotvloot van Amazon.

En als er al langer bestaande industrieën zijn, zullen de machines nog wel enige tijd menselijke medewerkers nodig hebben. “Zelfs de zwaar geautomatiseerde industrieën zijn nog steeds afhankelijk van mensen voor essentiële taken”, zegt Baker. De autofabrieken in Noord-Amerika zijn ­gewoon stilgelegd, niet omdat robots het coronavirus kunnen vangen, maar omdat hun menselijke bedieners dat kunnen.

Werkelijke essentiële bedrijven, zoals supermarkten, blijven open. En hoewel onlinewinkels als Amazone vooralsnog garen spinnen bij de ­opgelegde quarantaine, zien andere sectoren forse krimp. Vooral bedrijfstakken waar per definitie veel mensen bij elkaar in één ruimte zijn hebben het zwaar. De horeca, de reisbranche, de vakbeurzen om er maar eens een paar te noemen. Menselijke interactie en gastvrijheid zijn hier onontbeerlijk. Iets wat je niet zo maar van een machine kunt verwachten. Toegegeven dat er robots zijn die pizza’s bakken en bezorgen, maar de ­verfijnde manipulatievaardigheden van robots zijn nog niet op niveau. Zou u bijvoorbeeld op uw gemak in de stoel van een robotkapper zitten?
“We weten dat robots goed zijn in bepaalde dingen op dit moment, zoals repeterend werk”, zegt Carpenter. “En dat kunnen ze altijd blijven doen. Wat niet zo geweldig is, is alles wat te maken heeft met een mensgerichte context, een culturele context.”

Gevoelige banen

Zo zullen we misschien nooit in staat zijn om de industrie te automatiseren die het nu het meest nodig heeft: de geneeskunde. Artsen en ­verpleegkundigen en andere gezondheidswerkers over de hele wereld werken zichzelf uitputtend en velen worden ziek. Een ziekenhuis is niet zoals een autofabrieksvloer; slapen is belangrijk. Patiënten - vooral zij die getroffen zijn door deze nieuwe ziekte - worden ernstig ziek en zijn bang. “Of het nu fysiek of emotioneel is, mensen moeten het gevoel hebben dat hun pijn wordt gehoord”, zegt Carpenter. Veel succes met het aanleren van een machine om zich in te leven in een mens die op de rand van de dood staat. En inderdaad, het is deze empathische kloof die veel robotici doet denken dat we alleen al om deze reden andere bijzonder gevoelige banen, zoals politiewerk en onderwijs, niet moeten automatiseren.

Het is niet eens duidelijk of we robots en AI’s wel geavanceerd genoeg kunnen maken om de klus te klaren. In Italië heeft overweldigd ziekenhuispersoneel hartverscheurende beslissingen moeten nemen, waarbij ze prioriteit geven aan wie wordt gered en wie niet. Zou je ooit een ­machine de opdracht geven om te beslissen wie er leeft en wie er sterft? We hebben het al moeilijk genoeg om uit te vinden hoe de algoritmes die autonome auto’s besturen veiligheidsbeslissingen moeten nemen, laat staan ethische beslissingen op een veel grotere ‘coronavirusschaal’.

Amazon2

Amazon nam onlangs 100.000 werknemers in dienst.

“Ik haat het om dit te zeggen, omdat het zo overdreven is, maar het is als het trolley probleem, keer miljarden”, zegt Carpenter. Het trolley ­probleem is een klassiek gedachte-experiment: Als je met een trolley rijdt en je ziet vijf mensen op de baan voor je, maar slechts één persoon op een zijspoor, trek je dan de hendel over om van baan te wisselen, en maak je actief een beslissing die één persoon zal doden? Of doe je niets, en laat je de vijf anderen passief sterven? Dit zijn geen beslissingen die we met machines willen nemen als het gaat om ziekenhuiszorg. “Robots zijn ­geweldig in het vergroten van menselijke vaardigheden”, zegt Carpenter. “Maar zoals de situatie nu duidelijk laat zien, hebben we absoluut behoefte aan mensen om grotere situaties te begrijpen en beslissingen te ­nemen.”

Hulpmiddel

Toch kunnen robots mensen in een ziekenhuis wel degelijk helpen, zij het dat ze bijzonder lastig te ontwerpen zijn. Denk aan een autonome robot met de naam Tug, die door de gangen rijdt en medicijnen levert aan verpleegkundigen en voedsel aan patiënten. De makers hebben veel moeite
gedaan om Tug nuttig en toch beleefd te maken. Hij piept zachtjes zodat de mensen weten dat hij in de buurt is, en als hij op liften wacht, zegt hij dat: 'Wachten tot de deuren opengaan'. Sommige ziekenhuizen kleden hem aan in kostuums om kinderen te vermaken. Het is een hulpmiddel, niet een medewerker op zich. Door te helpen met het leveren van benodigdheden, maakt het verpleegkundigen vrij om te doen waar ze als mens het beste in zijn: omgaan met patiënten.

Het overschatten van robots en AI onderschat de mensen die ons kunnen redden van deze pandemie: dokters, verpleegkundigen en andere ­gezondheidswerkers, die waarschijnlijk nooit vervangen zullen worden door machines. Daar zijn ze gewoon te mooi voor.

Dit is een vertaalde bewerking van een artikel van Mat Simon (Wired)