Cobots voor de voedingsindustrie

shutterstock food

Cobots zijn al een poosje aan een opmars bezig. De prognose is dat ze in 2030 bijna 1/3 van de totale robotmarkt vertegenwoordigen. In de voedselindustrie is de cobot echter minder populair. Reden is het gemis van een aantal belangrijke ingrediënten. Om hier verandering in te brengen, slaan het Vlaamse Sirrus en Flanders Food de handen ineen in het project ColRobFood. Binnen het project worden gevalideerde bouwblokken, proof-of-concept demo’s en praktische richtlijnen ontwikkeld die de drempels van cobotgebruik moeten wegnemen en de concurrentiekracht van Vlaamse voedselbedrijven moet vergroten. 

Ook voedingsbedrijven moeten mee in de vaart der volkeren. In de race richting ‘batchgrootte 1’ betekent dat kleinere productieruns met een toenemende productvariatie. Uiteraard moet alles ook sneller en goedkoper geproduceerd worden en mag er niet worden ingeboet op de kwaliteit. Tel hierbij de schaarste op de arbeidsmarkt bij op en het mag duidelijk zijn dat het niet eenvoudig is om als voedingsbedrijf concurrerend te blijven. Wie dit toch wil zijn heeft een flexibel, responsief productiesysteem nodig dat snel kan inspelen op veranderingen in de markt. Tegelijkertijd moeten de medewerkers die er wel zijn zo optimaal mogelijk tot hun recht komen. Dit met het oog op de productie, maar ook hun welzijn en binding met het bedrijf.

Momenteel telt het productieproces in een gemiddeld voedingsbedrijf nog heel wat manuele operaties die veel mankracht vragen, terwijl ze weinig toegevoegde waarde hebben voor het product. Automatisering zou een oplossing kunnen zijn, zij het dat traditionele automatisering vaak star is en gepaard gaat met hoge investeringskosten. Robotautomatisering is een stuk flexibeler, maar ook de aanschaf van een uitgebreide ­robotcel kan in de papieren lopen en vergt veel technische kennis van het personeel. Voor een aantal taken zou de collaboratieve robot daarom ­uitkomst kunnen bieden.

Focus op vier hoofdthema’s

In het ColRobFood project richten Sirrus, FlanderFOOD en deelnemers zich op vier thema’s die van belang zijn om cobots in de voedingsindustrie te werk te stellen. En in alle thema’s wordt de cobot enkele menselijke ­eigenschappen toegedicht.

Op de eerste plaats is er aandacht voor de ‘handen van de cobot’. Hier wordt natuurlijk de grijper bedoeld, die voor voedselproductie - helemaal wanneer actief in het primaire proces - erg flexibel moet zijn. Vaak wordt namelijk met natuurproducten gewerkt die niet alleen uniek zijn qua ­geometrie, maar ook kwetsbaar. Dat brengt ons meteen bij een tweede thema: het ‘gevoel van de cobot’. Want het liefst heb je natuurlijk dat de manipulator, die in veel gevallen overigens ook multifunctioneel, food-grade en goed reinigbaar moet zijn, een beetje voorzichtig met je producten omgaat en deze niet beschadigt. Hiertoe is gevoelige technologie noodzakelijk die overigens wel meer en meer beschikbaar komt, maar ook zijn weg richting de voedselverwerkende productie zal moeten ­vinden. Een derde thema betreft de ogen van de cobot. Cobotvision dus. Enerzijds kunnen cobotogen worden ingezet voor het identificeren van te manipuleren producten en het bepalen van de beste ‘gijpstrategie’. ­Anderzijds kunnen cobotogen ook helpen bij het bepalen van de kwaliteit van een product. Een laatste thema is de veilige en efficiënte samenwerking met de mens. Ook hier kunnen ogen en gevoeligheid een rol spelen, al gaat samenwerking veel verder dan dat. Hoe moet de mens-cobot werkplek er in de voedselindustrie uitzien en hoe is de technologie zo intuïtief en laagdrempelig te maken dat hij snel en flexibel voor verschillende doeleinden kan worden ingezet?

food

Overigens brengt ons dat bij een rode draad die dwars door alle voorgaande thema’s heenloopt en bij de ‘cobothanden’ al even was aangestipt. Wie voedsel produceert, heeft met strenge hygiëne-eisen te maken. Foodgrade uitvoeringen voor contactmaterialen, een goede reinigbaarheid voor wat betreft fysiek ontwerp, maar ook de bestendigheid tegen agressieve reinigingsmiddelen zijn niet de onderwerpen waar de meeste cobotfabrikanten zich mee bezighouden. Vooralsnog zullen ‘foodcobots’ in eerste instantie vooral te zien zijn in secundaire processen zoals verpakken en kwaliteitscontrole.

Hoe, wie, wat?

Wat de focus op de vier thema’s concreet betekent? ColRobFood moet op de eerste plaats verschillende demonstrators opleveren die laten zien dat het kan. Vervolgens worden deze vertaald naar specifieke praktische richtlijnen en generieke schaalbare basisbouwblokken die gemakkelijk in de bestaande productie van het mkb geïntegreerd kunnen worden. Wie mee wil doen, zal snel moeten zijn. Het project ging vorig jaar september van start en loopt tot 31 augustus 2020.

Kijk voor meer informatie op www.sirris.be of www.flandersfood.com